|
SPELREGELS POOLTOURNOOI.
• Voordat het spel begint, doen beide spelers de tosstoot; elke speler speelt de witte bal vanaf de lijn van de stip naar voren, met het doel de bal terug te laten rollen en zo dicht mogelijk aan de korte wand neer te leggen. Diegene die het dichtst bij de korte wand ligt mag bepalen wie met de opstoot begint. Wordt de lange wand geraakt bij de tosstoot, mag de andere speler bepalen wie de opstoot heeft.
• De seriebal welke als eerste gepot wordt, is de kleur van de serieballen voor de speler die aan de beurt is. De andere kleur serieballen zijn voor de tegenstander.
• De speler die zijn zeven serieballen heeft gepot, mag vervolgens de zwarte bal potten in de pocket tegenoverliggend van de pocket van de laatst gepotte seriebal.
• Het spel dient met het gedeelte van de keu gespeeld te worden waaraan de pomerans bevestigd is. Zo niet, dan is het frame verloren.
• Ten alle tijden dient met de witte bal (speelbal) gespeeld te worden. Speelt men met een seriebal of de zwarte bal dan is het frame verloren.
• Een speler dient tijdens het stoten met tenminste één voet contact met de vloer te houden. Zo niet, gaat de beurt over: tegenstander 1x.
• Bij de opstoot moeten minstens twee serieballen een band raken. Ook als er een bal in de pocket (telt ook bij de band) valt, moet minstens nog een andere bal een band hebben geraakt. Anders verwoord: het rack dient bij de opstoot uit elkaar gestoten te worden. Zo niet: tegenstander 1x
• Vallen er bij de opstoot 2 verschillende serieballen in de pocket, dan geldt de eerste kleur seriebal. De beurt gaat over. Tegenstander 1x
• Worden met één stoot meerdere van de eigen serieballen gepot, is dit correct.
• Witte bal in de pocket: tegenstander 2x. Witte bal op de stip.
• Eigen bal niet geraakt: tegenstander 2x.
• Bal tegenstander geraakt: tegenstander 2x.
• Bal tegenstander gepot: tegenstander 1x.
• Bal tegenstander gepot en eigen bal niet geraakt: tegenstander 2x.
• Bal tegenstander gepot en witte bal gepot: tegenstander 2x.
• Eigen bal raken en vervolgens touché maken: tegenstander 1x. Alle andere touchés: tegenstander 2x.
• Biljardé: tegenstander 1x.
• Zwarte bal raken terwijl eigen serie ballen nog niet gepot zijn: tegenstander 2x.
• Zwarte bal potten terwijl eigen serieballen nog niet gepot zijn: frame verloren.
• Zwarte bal in verkeerde pocket gepot: frame verloren.
• Zwarte bal missen als alle serieballen gepot zijn (ook als de zwarte bal voor de verkeerde pocket ligt en het gevaar bestaat dat deze bij het geringste contact in de pocket valt: tegenstander 2x, tweede keer de zwarte bal missen: frame verloren.
• Alle serieballen zijn gepot en vervolgens valt eerst de witte bal in de pocket en hierna de zwarte bal: frame verloren. Valt eerst de zwarte bal en dan de witte in de pocket, is dit goed: frame gewonnen.
• Alle eigen serieballen zijn gepot en na het spelen van de zwarte bal gaat eerst een bal van de tegenstander in de pocket en dan pas de zwarte (in de juiste pocket): frame verloren.
• De zwarte bal dient ten alle tijden gepot te worden met een hernieuwde stoot van de speelbal in eenzelfde speelbeurt of in een nieuwe speelbeurt. Wordt met één stoot de laatste seriebal gepot en vervolgens gaat ook de zwarte bal (in het juiste tegenoverliggende pocket) is dit fout: frame verloren.
• Jump shot: een stoot waarbij de speelbal over een seriebal of een gedeelte van de band wordt gestoten. Dit is reglementair toegestaan, mits correct uitgevoerd.
• Uitgestoten ballen: witte bal op de stip. Serieballen vast aan de wand terugleggen, alwaar deze uit het spel zijn gegaan. Bal uitgestoten ter hoogte van de pocket: terugleggen ±3cm van de pocket. Is hierbij de eigen bal geraakt: tegenstander 1x. Geen of andere bal(len) geraakt: tegenstander 2x. Witte bal uitgesprongen voor of na het potten van de zwarte bal (in juiste pocket): frame verloren.
• Ball in hand: eigen seriebal missen en speelbal is afgelegd, zodanig dat de tegenstanderzijn bal niet kan zien, dan mag de tegenstander de bal oppakken en overal op het laken neerleggen waar hij wil; let wel, als hij de bal heeft losgelaten, mag hij deze niet nog een keer aanraken, oppakken of verplaatsen. Tegenstander 1x. De tegenstander kan de afgelegde bal ook laten liggen; dan mag hij 2x stoten.
• Bij afleggen van de witte bal, zonder een band te raken, en de tegenstander ziet zijn eigen bal niet: tegenstander 2x
• Is de witte stip voor de speelbal bij het terugleggen van deze speelbal bezet door een andere bal, dan moet de speelbal op ± 1cm afstand van de andere bal gelegd worden. Is de witte stip bezet door een cluster van ballen, dan kan men de tegenoverliggende stip nemen.


|